Winterse rust op de akkers

In de winter zijn de akkers van onze biologische telers grotendeels in rust; alleen groenten als boerenkool, spruiten en palmkool staan nog op het land en profiteren van de kou om de smaak nog beter te ontwikkelen. Maar ook in de winter is het werk aan de winkel voor de telers van Gimsel, die naast het oogsten ook aan de gang gaan met zaadteelt en een teeltplan voor het nieuwe seizoen.

Wat eet je in de winter?

In onze seizoenskalender zie je in één oogopslag welke groenten en fruit bij dit moment van het jaar passen.

Boeren in de winter

Gimsel leverancier van het eerste uur is BD-tuinder Arie de Winter: “De winter is de tijd om de rommel op te ruimen, het gereedschap en de machines schoon te maken, ze zo nodig te repareren en ze vervolgens te slijpen en in het vet te zetten. Voor zover er natuurlijk geen gewas op het land staat dat nog moet worden geoogst of beschermd tegen eventuele vorst.” In de winter oogst hij alleen nog groene èn rode boerenkool. “Ook breng ik de greppels weer op de juiste diepte en maai ik de kanten ervan, terwijl ik her en der een boom of struik weer eens flink terugsnoei. Maar, er is in de winter gelukkig ook tijd om je nog weer eens over je teeltplan te buigen en om je vakkennis nog wat te verdiepen.” Zijn BD-collega Gaveshi Reus oogst in de winter alleen prei. Ook De Reus noemt, naast het repareren van zijn gereedschappen en machines, dat snoeiwerk: “Ik heb om mijn land ongeveer een kilometer aan struweel-beplanting zoals men dat hier noemt. Met een breedte van 3 tot 15 meter. Daar heb je dan ook wél even werk aan om dat weer op orde te krijgen. Gelukkig is er in de winter daarnaast voldoende tijd om terug te kijken op hoe de teelten gegaan zijn, en wat misschien anders zou kunnen.”

Vorst in de grond

“Boerenkool, daar moet de vorst overheen, dan is het iets zoeter van smaak”. Zegt Gerard Brinks van zorgboerderij Thedinghsweert, leverancier van Gimsel. “Maar je kunt boerenkool niet bevroren oogsten. We zouden in oktober alles van het land kunnen halen, maar dan kunnen we de maanden daarna geen verse boerenkool leveren. Je poot de plantjes pas half juli, als ruim de helft van het jaar al voorbij is. Als voorgewas telen we tot die tijd tuinbonen of grasklaver. Die grasklaver gebruiken we niet alleen als groenbemester maar ook als voer voor onze koeien.”

Bodem verbeteren

Bij Bruinsma Bio loopt een ander wintergewas, de spruitenoogst, vanaf half oktober tot eind januari of zelfs half februari. Dat lukt alleen door meerdere rassen te gebruiken, lopend van rassen die vroeg kunnen worden geoogst tot rassen die juist laat moeten worden geoogst. Die ‘vroege’ en ‘late’ rassen worden elk jaar allemaal halverwege mei geplant en staan op, naast elkaar gelegen veldjes. Het oogsten gaat machinaal, met een zogeheten twee-rijige plukker, vaak onder winterse omstandigheden. Om de grond niet te verdichten wordt een oogstmachine op rupsbanden gebruikt. “Na de oogst zaaien we meteen een groenbemester in, een mengsel van biologische grassen en klavers, zodat de bodem weer wordt bedekt en beschermd tegen regen en sneeuw. Bovendien kan de zon zo zijn werk weer doen: energie en koolhydraten de grond in drukken. We zien dat dat goed is voor het bodemleven en dat de grond ook beter bestand wordt tegen extreme weersomstandigheden.”

Spruiten

per kilo

Knolselderij

per kilo

Witte koolrabi

per kilo

Groenten onder glas

Naast vele koolsoorten teelt de Lepelaar in Sint-Maarten in de volle grond o.a. bieten, wortelen, knolselderij en aardappelen. Een aparte tak is de groente onder glas, een grote moderne onverwarmde kas waarmee het bedrijf écht jaar rond kan telen. “In de zomermaanden verbouwen we er tomaten en komkommers. De laatste jaren hebben we daar ook nog zaadteelt aan toegevoegd. In de wintermaanden staat er naast winterpostelein, ook andijvie, peterselie, stengel ui, koolrabi en raapstelen in de kas. En als aanvulling worden de randen met kruiden opgevuld.”

Winters lof

Van november tot en met februari is het aanpoten geblazen op Nieuw-Bonaventura, de boerderij van Leen Jan Reedijk en zijn vrouw Mieke. Ze zijn dan bezig met de ‘witloftrek’. Het zijn de maanden waarin de vraag naar witlof het grootst is. De witloftrek is een belangrijk stadium in de teelt van (wit)-lof. Het begint allemaal met het zaaien buiten op de akkers, in mei en juni. De lofplantjes groeien uit tot planten met stevige groene bladeren en een lange penwortel. Om die wortel gaat het. In oktober en november worden ze allemaal gerooid, ingekort tot ca 12 cm en bladerloos opgeslagen in een donkere koelcel. “Het is een ‘laat’ ras, waarmee we pas in maart, negen maanden na het zaaien, met de trek kunnen beginnen. Omdat de vraag naar witlof in de maanden november tot en met februari het grootst is, telen we ook ‘vroege’ rassen, waarbij we al in oktober kunnen beginnen, vijf maanden na het zaaien.”

Lees ook
Winter buiten vraagt ook om aandacht van binnen